Wedstrijdreglement SKS

WEDSTRIJDREGLEMENT

Laatstelijk gewijzigd op de Algemene Ledenvergadering van 7 maart 2020

Inhoud

DEEL I

ALGEMENE VOORSCHRIFTEN MET BETREKKING TOT DE SKÛTSJES EN DE WEDSTRIJDEN.

Artikel 1         Scheepsuitrusting.

Artikel 2         De wedstrijden zijn geen open wedstrijden.

Artikel 3         Organisatie en leiding van de wedstrijden.

Artikel 4         Wedstrijdbepalingen.

DEEL II

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN.

Wedstrijdzeilen.

Starten.

Finishen/beëindigen van de wedstrijd.

Vrij achter en vrij voor

Boord aan boord.

Loeven.

Overstag gaan.

Afvallen.

Gijpen.

Over een boeg.

Lijwaarts en loefwaarts.

Aan de wind.

Juiste koers.

Merkteken.

Hindernis.

Markeringsboeien.

Dwars van de roef

Drie scheepslengtenzone.

Ruimte.

Averij.

Wedstrijdwater

DEEL III

REGELS VOOR DE VAART.

Rechten en plichten voor skûtsjes met samenlopende koersen.

Hoofdstuk A.

Regels die altijd gelden.

Artikel 5         Uitsluiting.

Artikel 6         Algemene regel

Artikel 7         Aanvaringen.

Artikel 8         Bijzondere uitwijkbepaling.

Artikel 9         Beperkingen op het veranderen van koers.

Hoofdstuk B.

Hoofdregels voor de vaart

Artikel 10      Over verschillende boeg.

Artikel 11      Over dezelfde boeg.

Artikel 12      Van boeg veranderen.

Artikel 13      Over dezelfde boeg – Voor het startsein.

Artikel 14      Over dezelfde boeg – Na het startsein.

Hoofdstuk C.

Regels van toepassing bij merktekens en hindernissen.

Artikel 15      Ronden of voorbij varen van merktekens en hindernissen.

Artikel 16      Aan de wind, aanroepen voor ruimte om overstag te gaan bij hindernissen.

DEEL IV.

OVERIGE REGELS VOOR DE VAART.

Artikel 17      Het zeilen van de baan.

Artikel 18      Raken van een merkteken.

Artikel 19      Aan de grond of onklaar door een hindernis.

DEEL V.

PROTESTEN, PROTESTBEHANDELING EN HOGER BEROEP.

Artikel 20      Protesten.

Artikel 21      Protesten tegen de wedstrijdcommissie.

Artikel 22      Hoger Beroep.

DEEL I

ALGEMENE VOORSCHRIFTEN MET BETREKKING TOT DE SKÛTSJES EN DE WEDSTRIJDEN

Bij dit Wedstrijdreglement behoren ook de Wedstrijdbepalingen S.K.S. en de Leidraad voor Standaard Lokale Wedstrijdbepalingen (LWB).

Artikel 1                 Scheepsuitrusting

De uitvoering van tuig en schip moet ongeveer zo zijn, zoals deze was, toen de skûtsjes als bedrijfsvaartuig in gebruik waren. Voor nadere uitvoeringsregels wordt verwezen naar het Originaliteitreglement.

Artikel 2                 De wedstrijden zijn geen open wedstrijden

Alleen skûtsjes waarvan de eigenaar en de schipper lid zijn van de S.K.S. mogen deelnemen aan de wedstrijden.
De S.K.S. stelt een maximum aantal deelnemers vast en kan bepaalde eisen stellen met betrekking tot de bouw, tuigage, schipper, bemanning, enz. van de skûtsjes.

Artikel 3                 Organisatie en leiding van de wedstrijden

3.1         Commissies

De wedstrijden worden georganiseerd en geleid door wedstrijdcommissies volgens de richtlijnen neergelegd in de wedstrijdbepalingen van de Sintrale Kommisje Skûtsjesilen (S.K.S.) en volgens een wedstrijdkalender die elk jaar opnieuw door de het bestuur van de S.K.S. wordt vastgesteld.

3.2         Leiding, toezicht en verantwoordelijkheid

Alle skûtsjes die aan de wedstrijden deelnemen zijn onderworpen aan de leiding en het toezicht van de wedstrijdcommissies, maar de verantwoordelijkheid voor de beslissing van elk skûtsje of het al of niet zal starten en of het de wedstrijd al of niet zal voortzetten, berust uitsluitend bij het skûtsje zelve.

3.3         Handhaving reglement en wedstrijdbepalingen

De wedstrijdcommissies moeten zich laten leiden door dit reglement, de verplicht voorgeschreven wedstrijdbepalingen van de S.K.S. en de aanvullende schriftelijke wedstrijdbepalingen bedoeld in artikel 4.2.

3.4         Jury

Het behandelen en beslissen van protesten wordt door de commissies opgedragen aan de jury, die aangewezen en samengesteld is door het bestuur van de S.K.S.

3.5         Zeilraad

Het behandelen en beslissen inzake hoger beroep geschiedt door de zeilraad, die aangewezen en samengesteld is door de algemene vergadering van de S.K.S. op voordracht van het bestuur van de S.K.S.

Artikel 4                  Wedstrijdbepalingen

4.1         Wijziging

De artikelen van dit reglement en de wedstrijdbepalingen van de S.K.S. mogen niet worden gewijzigd, aangevuld of buiten werking gesteld, tenzij plaatselijke omstandigheden dit beslist noodzakelijk maken. Een dergelijke wijziging wordt op de routebespreking aan de schippers kenbaar gemaakt door de wedstrijdcommissie en schriftelijk vastgelegd.

DEEL II

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

(Alle begripsomschrijvingen en bovenschriften bij de hoofdstukken gelden als voorschriften.)

Wedstrijdzeilen

Een skûtsje zeilt wedstrijd vanaf het voorbereidingssein totdat het finisht en vrij is van de lijn van aankomst en merktekens of heeft opgegeven, of tot de wedstrijdcommissie het sein geeft voor ongeldige start of afbreken. Onder opgeven valt tevens een skûtsje dat omgeslagen is

Starten

Een skûtsje start wanneer het na het startsein met enig vast deel van zijn romp of uitrusting voor het eerst door de startlijn vaart in de richting van het eerste merkteken of zodra het van zijn nummer vertrekt.

Finishen/beëindigen van de wedstrijd

Een skûtsje finisht wanneer het, komend uit de richting van het laatste merkteken, met enig vast deel van zijn romp of uitrusting door de lijn van aankomst vaart en voldaan heeft aan zijn strafverplichting. Het beëindigt de wedstrijd wanneer het vrij is van die lijn of zodra het aldus bij zijn nummer aankomt respectievelijk voorbij is.

Vrij achter en vrij voor

Een skûtsje ligt vrij achter een ander skûtsje, wanneer zijn romp en uitrusting zich bevinden achter een denkbeeldige lijn dwarsscheeps getrokken door het achterste punt van de romp of uitrusting van dat andere skûtsje. Dat andere skûtsje ligt dan vrij voor.

Boord aan boord

Twee skûtsjes liggen boord aan boord wanneer geen van beide vrij achter ligt en ook, hoewel één van beide vrij achter ligt, wanneer een tussenliggend skûtsje met beide boord aan boord ligt. De begrippen vrij achter, vrij voor en boord aan boord zijn in het algemeen alleen van toepassing op skûtsjes, die over dezelfde boeg liggen. Echter wanneer artikel 15 (ronden of voorbij varen van merktekens en hindernissen) op hen van toepassing is, dan gelden die begrippen ook voor skûtsjes die over verschillende boeg liggen bij een benedenwinds merkteken.

Loeven

Koers veranderen naar de wind toe.

Overstag gaan

Een skûtsje gaat overstag vanaf het moment waarop het verder is gedraaid dan recht op de wind totdat het is afgevallen tot een koers aan de wind.

Afvallen

Koers veranderen van de wind af, totdat het skûtsje begint te gijpen.

Gijpen

Een skûtsje begint te gijpen vanaf het moment waarop, met de wind achter, het onderlijk van zijn zeil de hartlijn passeert en het voltooit het gijpen wanneer het zeil is komen vol te staan over de andere boeg.

Over een boeg

Een skûtsje ligt over een boeg behalve wanneer het overstag gaat of gijpt. Een skûtsje ligt over de boeg (bakboord of stuurboord), welke overeenkomt met zijn lijzijde.

Lijwaarts en loefwaarts

Van twee skûtsjes, die over dezelfde boeg boord aan boord liggen is het skûtsje dat zich aan de lijzijde van het andere bevindt, het lijwaartse. Het andere is het loefwaartse.

Aan de wind

Een skûtsje ligt aan de wind, wanneer het zo scherp bij de wind zeilt als mogelijk is om nog met voordeel in de wind op te werken.

Juiste koers

Een juiste koers is elke koers die een skûtsje na het startsein zou kunnen zeilen om de wedstrijd zo snel mogelijk te beëindigen. Vóór het startsein is er geen juiste koers.

Merkteken

Een merkteken is elk in de wedstrijdbepalingen (baanomschrijving) genoemd voorwerp dat aan een voorgeschreven zijde moet worden gerond of voorbij gevaren.

Hindernis

Een hindernis is elk voorwerp, daaronder begrepen een skûtsje waarvoor op grond van de vaarregels moet worden uitgeweken, dat noodzaakt tot een koerswijziging om het aan de ene of andere zijde voorbij te varen, of elk voorwerp dat slechts aan één zijde kan worden voorbijgevaren, zoals een doorlopende wal of een ondiepte, alsook de denkbeeldige lijn gevormd door de markeringsboeien waarbuiten de skûtsjes niet mogen komen.

Markeringsboeien

Kleine rode en gele boeien die worden uitgelegd als begrenzing van het wedstrijdgebied.

Dwars van de roef

Wanneer de mast van het loefwaarts skûtsje op gelijke hoogte of voorlijker komt met de voorkant van de roef van het lijwaarts skûtsje, spreekt men over dwars van de roef.

Drie scheepslengtenzone

Het gebied rondom een merkteken of hindernis binnen en afstand van drie scheepslengten van het skûtsje dat het dichtst bij het merkteken of de hindernis is, uitgezonderd wanneer twee skûtsjes over verschillende boeg bij een bovenwinds merkteken komen.

Ruimte

De ruimte die een skûtsje nodig heeft onder heersende omstandigheden, terwijl het met goed zeemanschap prompt (onmiddellijk) manoeuvreert.

Averij

  1. Schade veroorzaakt door een overtreding van een ander tijdens de wedstrijd, als gevolg waarvan de wedstrijd niet voortgezet kan worden. Bij de schuldvraag is de juryuitspraak bindend.
  2. Schade ontstaan door eigen toedoen of omstandigheden tijdens de wedstrijd.

Wedstrijdwater

Het wedstrijdwater wordt omgeven door markeringsboeien met daartussen een denkbeeldige lijn.

DEEL III

REGELS VOOR DE VAART

Rechten en plichten voor skûtsjes met samenlopende koersen.

Deze regels zijn in het bijzonder bedoeld om aanvaringen te voorkomen. Zij treden in werking op het voorbereidingssein (5 minuten sein) van een wedstrijd, waarbij van een startlijn gebruik wordt gemaakt en bij de start van het nummer, zodra een skûtsje los van de wal, onder zeil en manoeuvreerbaar is.

Hoofdstuk A

Regels die altijd gelden

Artikel 5                 Uitsluiting

Een skûtsje kan door het bestuur van de S.K.S. worden uitgesloten wegens overtreding van de voorschriften van dit reglement of van de wedstrijdbepalingen of van de vastgestelde Voorschriften enz. i.v.m. de originaliteit.

Artikel 6                 Algemene regel

Een skûtsje moet trachten een zo goed mogelijk wedstrijdresultaat te behalen uitsluitend door eerlijk te varen, grotere snelheid en bekwaamheid en door eigen krachtsinspanning.

Artikel 7                 Aanvaringen

7.1         Ernstige schade

Wanneer ernstige materiële schade het gevolg is van een aanvaring, moet een skûtsje, dat het recht van de weg had en de gelegenheid had, maar in gebreke is gebleven een redelijke poging te doen om de schade te beperken, worden uitgesloten evenals het skûtsje dat diende uit te wijken.

7.2         In geval van een aanvaring

Wanneer er een aanvaring tussen twee skûtsjes plaatsvindt, die ernstige materiële schade ten gevolge heeft, moet door één of beide skûtsjes een geldig protest in overeenstemming met artikel 20 worden ingediend, tenzij één van de skûtsjes onmiddellijk opgeeft als erkenning van een overtreding.

Artikel 8                 Bijzondere uitwijkbepaling

Een skûtsje dat moet uitwijken, maar dat daartoe door zijn ligging ten opzichte van een hindernis en de nabijheid van het skûtsje met het recht van de weg niet in staat is, moet dit aan dat skûtsje kenbaar maken door een duidelijke aanroep. Het aangeroepen skûtsje moet aan de aanroep onmiddellijk gevolg geven door uit te wijken en zo het de aanroep ongerechtigd acht, is protesteren zijn enige verhaal.

Artikel 9                 Beperkingen op het veranderen van koers

Een skûtsje met het recht van de weg mag niet zodanig van koers veranderen dat een skûtsje dat bezig is uit te wijken, dit wordt belet of daarin gehinderd wordt, behalve voor zover dit is geoorloofd in gevolge de artikelen 13.2 en 14.2 (loeven).

Hoofdstuk B

Hoofdregels voor de vaart

Deze artikelen zijn van toepassing behalve wanneer een artikel uit Hoofdstuk C voorrang heeft.

Artikel 10              Over verschillende boeg

10.1      Bakboordboeg voorrang

Een skûtsje dat over stuurboord ligt, moet vrijblijven van een skûtsje dat over bakboord ligt.

Artikel 11              Over dezelfde boeg

11.1      Boord aan boord

Een loefwaarts skûtsje moet uitwijken voor een lijwaarts skûtsje.

11.2      Niet boord aan boord

Een vrij achter liggend skûtsje moet uitwijken voor een vrij voor liggend skûtsje.

11.3      Overgangssituatie

Wanneer een skûtsje van vrij achter aan lij boord aan boord komt te liggen, moet het aan het loefwaartse skûtsje ruimte en gelegenheid geven om uit te wijken.

Artikel 12              Van boeg veranderen

12.1      Overstag gaan en gijpen

Een skûtsje dat bezig is overstag te gaan of te gijpen moet vrij blijven van een skûtsje dat over een boeg ligt.

12.2      Dichtbij overstag gaan of gijpen

Een skûtsje dat door overstag te gaan of te gijpen het recht van de weg zou verkrijgen, mag dit alleen doen wanneer het na overstag gaan of gijpen weer voldoende vaart heeft om volkomen bestuurbaar te zijn, terwijl het skûtsje dat moet uitwijken daartoe nog in staat moet zijn.

12.3      Bewijslast

Een skûtsje dat overstag gaat of gijpt moet aantonen, dat het niet te dichtbij overstag is gegaan of heeft gegijpt.

Artikel 13              Over dezelfde boeg – Voor het startsein

13.1      Zeilen boven een koers aan de wind

Voor zijn startsein mag een lijwaarts skûtsje niet boven zijn koers aan de wind zeilen, wanneer het daardoor een loefwaarts skûtsje dwingt van koers te veranderen tot boven een koers aan de wind.

13.2      Loeven

Wanneer een lijwaarts skûtsje of een vrij voor liggend skûtsje voor zijn startsein zodanig loeft, dat een ander skûtsje van koers moet veranderen om vrij te blijven, mag hij slechts langzaam en aanvankelijk op zodanige wijze loeven dat een loefwaarts of vrij achter liggend skûtsje ruimte en gelegenheid wordt gegeven om vrij te blijven.

Artikel 14              Over dezelfde boeg – Na het startsein

14.1      Zeilen boven een juiste koers

Wanneer twee boord aan boord liggende skûtsjes zich na het startsein bevinden binnen een afstand van drie scheepslengten van elkaar en het loefwaartse skûtsje te eniger tijd gedurende die boord aan boord positie dwars van de roef is geweest, mag het lijwaartse skûtsje niet boven zijn juiste koers zeilen, behalve wanneer het loeft om overstag te gaan. Een boord aan boord positie die bestaat op het moment van het startsein of op het ogenblik dat één van hen of beide het overstag gaan of gijpen voltooit, moet worden beschouwd als op dat ogenblik te beginnen.

14.2      Loeven

Na zijn startsein mag een vrij voor liggend of een lijwaarts skûtsje loeven zoals het wenst, tenzij het loefwaartse skûtsje te eniger tijd tijdens de boord aan boord situatie dwars van de roef is geweest. Artikel 7 blijft van toepassing.

14.3      Lager zeilen dan een juiste koers

Op een bezeild rak van de baan mag een vrij voor liggend skûtsje of een loefwaarts skûtsje niet lager dan zijn juiste koers zeilen, wanneer het zich binnen drie van zijn scheepslengtes –over- alles bevindt van een skûtsje dat een koers stuurt naar zijn lijzijde of wanneer dat skûtsje zich al aan zijn lijzijde bevindt, behalve wanneer het afvalt om te gijpen.

14.4      Twijfel over Dwars van de Roef

Wanneer er twijfel bestaat of een loefwaarts skûtsje de dwars van de roef positie heeft bereikt en zijn schipper aanroept met “dwars van de roef” of woorden van gelijke strekking, dan moet het lijwaartse skûtsje onmiddellijk handelen in overeenstemming met artikel 14.1. Wanneer het de aanroep ongerechtigd acht, is protesteren zijn enige verhaal.

14.5      Beperking van het loefrecht

Wanneer een loefwaarts skûtsje aanroept dat een hindernis een derde skûtsje of een ander voorwerp zijn mogelijkheid om mee te loeven beperkt, moet het lijwaartse skûtsje zijn loeven zodanig beperken, dat het loefwaartse skûtsje voldoende ruimte krijgt om veilig voorbij te varen.

14.6      Loefrechten ten opzichte van twee of meer skûtsjes

Een lijwaarts skûtsje mag niet loeven tenzij het recht tot loeven heeft ten opzichte van alle skûtsjes, die door zijn loeven beïnvloed zouden worden, in welk geval zij allen moeten mee loeven met inbegrip van elk tussenliggend skûtsje dat anders geen recht heeft om te loeven.

Hoofdstuk C

Regels van toepassing bij merktekens en hindernissen

De artikelen van dit hoofdstuk hebben voorrang wanneer zij strijdig zijn met enig artikel van Hoofdstuk B.

Artikel 15              Ronden of voorbij varen van merktekens en hindernissen

15.1      Ruimte bij merkteken en hindernissen, boord aan boord liggend

Wanneer skûtsjes op het punt staan een merkteken (uitgezonderd een merkteken van de startlijn) of een hindernis dezelfde zijde te ronden of voorbij te varen, moet een buitenliggend skûtsje aan elk skûtsje dat aan de binnenzijde boord aan boord ligt, voldoende ruimte geven om het merkteken of de hindernis te ronden of voorbij te varen. Voldoende ruimte houdt tevens in ruimte om overstag te gaan of te gijpen.

15.2      Merkteken van de startlijn. Anti-indringregel

Zowel voor als na het startsein is bij het naderen van een merkteken van de startlijn, door bevaarbaar water omgeven een lijwaarts skûtsje niet verplicht om aan een loefwaarts skûtsje ruimte te geven bij dat merkteken. Na het startsein mag een lijwaarts skûtsje bij een dergelijk merkteken aan een loefwaarts geen ruimte onthouden door hetzij boven de juiste koers naar het eerste merkteken of hoger dan aan de wind te zeilen.

15.3      Over verschillende boeg aan het einde van een kruisrak

Wanneer twee skûtsjes over verschillende boeg liggend aan het einde van een kruisrak een merkteken bereiken is niet artikel 15.1. op hen van toepassing, maar zijn ze onderworpen aan het bepaalde in artikel 10.1. (bakboord-stuurboordregel) en artikel 12 (van boeg veranderen).

15.4      In de nabijheid van merktekens en hindernissen, niet boord aan boord liggend

15.4.a      Een skûtsje dat vrij achter ligt op het moment dat een vrij voor liggend skûtsje op een afstand van drie van zijn scheepslengten komt van een merkteken of een hindernis, moet vrij blijven in afwachting van en gedurende het ronden of voorbij varen, wanneer het vrij voor liggende skûtsje over dezelfde boeg blijft varen of gijpt.

15.4.b     Een vrij achter liggend skûtsje mag niet hoger loeven dan aan de wind om zodoende een vrij voor liggend skûtsje te verhinderen overstag te gaan om een merkteken te ronden.

15.4.c      Een vrij voor liggend skûtsje, dat overstag gaat om een merkteken te ronden, is onderworpen aan artikel 12 (van boeg veranderen) of aan artikel 10.1.

15.5      Beperkingen op het tot stand brengen van een boord aan boord positie

Een vrij achter liggend skûtsje mag alleen aan de binnenzijde boord aan boord komen en om ruimte vragen als het vrij voor liggende skûtsje zich op meer dan drie scheepslengten afstand van het merkteken of de hindernis bevindt.

15.6      Bewijslast

Een skûtsje dat beweert tijdig aan de binnenzijde boord aan boord te zijn gekomen moet dit desgewenst aantonen.

15.7      Doorlopende hindernis

Een vrij achter liggend skûtsje mag alleen dan boord aan boord komen tussen een vrij voor liggend skûtsje en een doorlopende hindernis, zoals een ondiepte, de wal, de lijn van markeringsboeien of een ander dezelfde koers voorliggend skûtsje waarvoor moet worden uitgeweken, wanneer er op het moment van het boord aan boord komen voldoende ruimte voor dat skûtsje is om daar veilig tussen door te varen.

Artikel 16              Aan de wind, aanroepen voor ruimte om overstag te gaan bij hindernissen

16.1      Aanroepen en gehoor geven

Wanneer twee skûtsjes aan de wind over dezelfde boeg een hindernis naderen en het vrij voor liggende of lijwaartse skûtsje overstag wil gaan om die hindernissen vrij te varen, maar niet overstag kan gaan zonder in aanvaring te komen met het andere skûtsje, moet het dat andere skûtsje aanroepen voor ruimte om overstag te gaan. Het andere skûtsje moet na het aanroepen zo spoedig mogelijk overstag gaan, waarna het aanroepende skûtsje eveneens overstag moet gaan onmiddellijk nadat het daartoe voldoende ruimte heeft en vrij kan blijven.

16.2      Wanneer de hindernis een merkteken is

Indien evenwel de hindernis een merkteken is, dat het vrij voor liggende of lijwaartse skûtsje niet, doch het andere skûtsje wel kan bezeilen, dan behoeft dat skûtsje geen gehoor te geven aan een eventuele aanroep om overstag te gaan en is het alleen verplicht tot uitwijken als het lijwaartse skûtsje loefrecht heeft.

DEEL IV

OVERIGE REGELS VOOR DE VAART

Artikel 17              Het zeilen van de baan

17.1      Start

Een skûtsje moet starten overeenkomstig de begripsomschrijving van starten.

17.2      Te vroege start

Een skûtsje dat te vroeg door de startlijn vaart of op het startsein aan de baanzijde van de startlijn is, moet terugkeren en opnieuw starten.

17.3      Terugroepsein

Een skûtsje dat zijn terugroepsein niet ziet of hoort, zal daardoor niet ontheven zijn van de plicht om terug te keren en op de juiste wijze te starten.

17.4      Terugkeren om te starten

Een skûtsje dat na een te vroege start terugkomt om te starten, moet uitwijken voor alle skûtsjes die wel op de juiste wijze starten of gestart zijn, totdat het zich geheel aan de startzijde van de startlijn bevindt.

17.5      Correct zeilen van de baan / varen buiten het wedstrijdwater

Een skûtsje moet de baan zo afleggen dat het elk merkteken aan de voorgeschreven zijde en in de juiste volgorde rondt of voorbij vaart. Het varen buiten de markeringsboeien van het wedstrijdwater en de denkbeeldige lijn tussen die boeien, is niet toegestaan.

17.6      Wijzigen van de baan

Indien de wedstrijdcommissie niet (meer) gerechtigd is om wedstrijdboeien te verslepen, kan zij besluiten om een extra boei toe te voegen aan de wedstrijdboeien en deze zo te plaatsen dat het eerst liggende skûtsje deze in de eerstvolgende route moet bezeilen in plaats van de oorspronkelijk geplaatste boei. Deze boei onderscheidt zich doordat deze voorzien is van een “blauwe pet”. Analoog aan de 1e hoge boei (met gele pet) vanuit de start.
Indien deze extra boei wordt geplaatst dan moeten de skûtsjes vóór het ronden van de voorgaande boei door de wedstrijdcommissie worden aangeroepen. Zodra deze toegevoegde boei is geplaatst als wedstrijdboei valt deze boei onder dezelfde regels alle andere wedstrijdboeien.
Zodra alle skûtsjes de blauwe boei hebben gerond wordt de originele (oranje) boei uit het wedstrijdveld verwijderd en zoveel mogelijk uit het zicht gebracht. Het moet duidelijk zijn dat deze oranje boei niet langer onderdeel is van het wedstrijdveld.
Mocht de wedstrijdcommissie moeten besluiten om nog een keer een wijziging aan te brengen in hetzelfde rak dan wordt dezelfde procedure gehanteerd en wordt de boei met de blauwe pet vervangen door een oranje boei.

17.7      Persoonlijk drijfvermogen

Wanneer de Geel/Rood gestreepte vlag is getoond voor of gelijk met het waarschuwingssein, worden de schippers en bemanningen van elk skûtsje geadviseerd reddingsvesten of ander doelmatig persoonlijk drijfvermogen te dragen.

Artikel 18              Raken van een merkteken

18.1      Uitsluiting

Tijdens het wedstrijdzeilen mag een skûtsje een te ronden merkteken van de baan waarop het zeilt niet raken en dient reglementair uitgesloten te worden, tenzij het:

18.1.a      Onmiddellijk opgeeft; of

18.1.b     Protesteert wanneer het van mening is dat een ander skûtsje de oorzaak is geweest van het raken van het merkteken; of

18.1.c      zijn fout herstelt door het merkteken opnieuw te ronden.

Deze bepaling geldt niet wanneer het merkteken alleen met de tuigage geraakt wordt.

18.2      Het raken van een merkteken van de startlijn

Een skûtsje dat een merkteken van de startlijn raakt, mag die fout pas herstellen nadat het is gestart.

18.3      Het raken van een merkteken in de lijn van aankomst

Een skûtsje dat een merkteken van de lijn van aankomst raakt, zelfs nadat zijn finishsein is gegeven, wordt niet eerder aangemerkt als de wedstrijd te hebben beëindigd dan nadat het zijn fout heeft hersteld.

18.4      Uitwijken bij het herstellen van een fout

Een skûtsje dat een merkteken heeft geraakt en bezig is zijn fout te herstellen, moet uitwijken voor alle andere skûtsjes die op het punt staan of bezig zijn dat merkteken te ronden of voorbij te varen of dat reeds op de juiste wijze hebben gedaan.

Artikel 19              Aan de grond of onklaar door een hindernis

19.1      Aan de grond of onklaar door een hindernis

Wanneer een skûtsje aan de grond raakt of onklaar is geraakt als gevolg van een hindernis, een ander skûtsje daaronder begrepen, mag het om vrij te komen gebruik maken van een vaarboom of andere hulpmiddelen die het aan boord heeft, mits het al de gebruikte uitrusting en alle leden van de bemanning weer aan boord neemt alvorens het de wedstrijd voortzet. Hulp van buiten mag het uitsluitend ontvangen van de bemanning van het skûtsje waarmee het onklaar is geraakt.

19.2      Het terugbrengen van een te water geraakt bemanningslid

Een te water geraakt bemanningslid moet te allen tijde op een veilige manier weer aan boord van het skûtsje worden gebracht mits zijn of haar (medische) toestand dat toelaat. Het aan boord brengen van het bemanningslid dient te geschieden door een boot die in het wedstrijdwater mag varen.

DEEL V

PROTESTEN, PROTESTBEHANDELING EN HOGER BEROEP

Artikel 20              Protesten

20.1      Recht van protest

Een skûtsje kan tegen ieder ander skûtsje protesteren wegens een overtreding van dit reglement en de wedstrijdbepalingen.

20.2      Kenbaar maken

Indien een skûtsje tegen een ander skûtsje wil protesteren op grond van een overtreding van dit reglement of de wedstrijdbepalingen, dient het bij de eerste redelijke gelegenheid een rode protestvlag (ca. 50 x 60 cm) duidelijk zichtbaar in het want te bevestigen. Het skûtsje waartegen geprotesteerd wordt, dient door aanroep van het protest in kennis te worden gesteld; zo mogelijk onmiddellijk of anders nog tijdens of direct na afloop van de wedstrijd.
De protestvlag moet duidelijk getoond blijven totdat het protesterende skûtsje de wedstrijd heeft beëindigd. De protestvlag mag worden gestreken als het skûtsje dat de overtreding heeft begaan de wedstrijd heeft verlaten (zie puntentelling 4 b)

20.3      Protest op of vlak voor de finish 

Indien de overtreding, op grond waarvan een skûtsje wil protesteren, vlak voor of tijdens het finishen plaatsvindt dan moet het skûtsje waartegen wordt geprotesteerd direct worden aangeroepen.  Als er geen gelegenheid meer is om de protestvlag in het want te bevestigen dan wordt de protestvlag toch geacht te zijn gezet als deze direct en duidelijk getoond wordt aan het andere skûtsje en aan de wedstrijdcommissie. De dan getoonde protestvlag kan niet meer worden ingetrokken. Het protesterende skûtsje wordt geacht over de finishlijn te zijn gevaren met de protestvlag in het want. Art 20.4 is onverminderd van toepassing.

20.4      Indienen van een protest

20.4.a      Een protest moet schriftelijk bij de jury worden ingediend op een door de S.K.S. beschikbaar gesteld protest-formulier, binnen 90 minuten na het finishen van het laatste skûtsje. Het protest moet vergezeld gaan van een waarborgsom van € 25,– die verbeurd wordt verklaard ten bate van de S.K.S. indien het protest wordt afgewezen. De betrokken schippers of diens vertegenwoordigers moeten zich binnen genoemd tijdsbestekmelden bij de jury voor de behandeling van het protest.  

20.4.b     Indien het een protest betreft in een inhaalwedstrijd op één en dezelfde wedstrijddag dan dient het schriftelijk bij de jury te worden ingediend, binnen 90 minuten na het finishen van het laatste skûtsje in de laatste wedstrijd van die wedstrijddag, of binnen 90 minuten vanaf het moment dat de wit/ blauw geblokte vlag (De wedstrijd is afgelast) wordt gehesen na de eerste wedstrijd van die dag.

20.5      Straf bij het niet tijdig indienen van een geldig protest

Als een skûtsje met de protestvlag in het want over de finishlijn vaart, is de schipper of zijn vertegenwoordiger verplicht het protest binnen 90 minuten na aankomst van het laatste skûtsje bij de jury in te dienen op straffe van 3 strafpunten.

20.6      Vereisten

Een protest en een eventuele getuigenverklaring moeten schriftelijk worden ingediend zoals omschreven in artikel 20.3 en het volgende bevatten:

20.6.a      ondertekening; 

20.6.b     een beschrijving van het voorval; 

20.6.c      de protesteerder en geprotesteerde; 

20.6.d     de namen van de eventuele getuigen.   

Als getuigen worden uitsluitend aanvaard schippers en/of bemanningsleden; maximaal één getuige per skûtsje van de deelnemende skûtsjes die niet bij het conflict zijn betrokken. 

20.6.e      de plaats en het tijdstip van het voorval en een deugdelijke situatieschets; 

20.6.f       elk artikel dat volgens de protesteerder is overtreden; 

20.6.g     eventueel de naam van de vertegenwoordiger van de protesteerder;

Indien aan de vereisten a, b, c en d is voldaan, mag aan e, f en g worden voldaan voor of tijdens het verhoor.

20.7      Geldigheid van het protest

Bij aanvang van het verhoor moet de Jury beslissen of aan alle vereisten voor een protest is voldaan zoals omschreven in artikel 20.6. Als aan alle vereisten is voldaan, is het protest geldig en moet het verhoor verder gaan.

20.8      Verhoor

De jury kan beslissen de schippers afzonderlijk of in elkaars bijzijn te horen. Een gelijke beslissing kan worden genomen ten aanzien van getuigen van betrokken partijen. Een lid van de jury mag tijdens of voor het verhoor een verklaring afleggen. Een partij bij het verhoor mag ieder persoon die een verklaring aflegt ondervragen. Het betreffende jurylid kan hierna, in deze kwestie, niet deelnemen aan de beraadslagingen.

20.9      In gebreke te verschijnen

Indien één van de betrokken partijen, in gebreke blijft de behandeling van het protest bij te wonen, kan het buiten zijn tegenwoordigheid worden behandeld en beslist. In geval een getuige in gebreke blijft de behandeling van het protest bij te wonen wordt de getuigenverklaring van onwaarde verklaard.

20.10   Uitsluiting zonder verhoor

Als een skûtsje dat na een te vroege start, na te zijn teruggeroepen, niet terugkeert om te starten, kan het zonder verhoor worden uitgesloten.

20.11   Protesteren door de wedstrijdcommissie

De wedstrijdcommissie die een overtreding van dit reglement of de wedstrijdbepalingen door een skûtsje ziet begaan, kan dit door middel van een protest ter kennis brengen van de jury. Het voornemen tot protesteren dient het betreffende skûtsje, zo enigszins mogelijk, tijdens de wedstrijd, of anders direct na afloop van de wedstrijd door de wedstrijdcommissie te worden medegedeeld.

20.12   Vervangende straf (Groene vlag)

Een skûtsje waartegen wordt geprotesteerd op grond van een artikel van DEEL III Hoofdstuk B en/ of Hoofdstuk C kan vervangende straffen aanvaarden door het onmiddellijk tonen van een groene vlag per gebeurtenis (ca. 50×60 cm ), duidelijk zichtbaar in het want bevestigd. De protesteerder cq protesteerders kunnen dan de rode protestvlaggen weghalen. De groene vlaggen moeten in alle gevallen duidelijk getoond blijven totdat het skûtsje de wedstrijd heeft beëindigd. Het maximaal aantal groene vlaggen is gesteld op 3. (Alleen van toepassing bij een overtreding van DEEL III Hoofdstuk B en/of C)

20.13   Uitspraak

De jury doet zo spoedig mogelijk na de behandeling uitspraak op een protest. Het vaststellen van de feiten, waarop die uitspraak berust, geschiedt door de jury in hoogste instantie.

Artikel 21              Protesten tegen de wedstrijdcommissie

21.1      Recht van protest

Een skûtsje kan tegen de wedstrijdcommissie protesteren wegens een overtreding van de wedstrijdbepalingen.

21.2      Kenbaar maken

Indien een skûtsje tegen de wedstrijdcommissie wil protesteren op grond van een overtreding van de wedstrijdbepalingen, dient het bij de eerst redelijke gelegenheid een rode protestvlag (ca. 50×60 cm) duidelijk zichtbaar in het want te bevestigen en de wedstrijdcommissie nog tijdens de wedstrijd of direct na afloop van de wedstrijd van het protest in kennis te stellen. De protestvlag moet duidelijk getoond blijven totdat het skûtsje de wedstrijd heeft beëindigd.

21.3      Indienen van een protest

Een protest moet schriftelijk bij de Jury worden ingediend op een door de S.K.S. beschikbaar gesteld protestformulier binnen 90 minuten na het finishen van het laatste skûtsje. Het protest moet vergezeld gaan van een waarborgsom van € 25, – die verbeurd wordt verklaard ten bate van de S.K.S. indien het protest wordt afgewezen. De betrokken schippers of diens vertegenwoordigers moeten zich binnen genoemd tijdsbestek melden bij de jury voor de behandeling van het protest.

21.4      Vereisten

Een protest moet schriftelijk worden ingediend zoals omschreven in artikel 21.3 en het volgende bevatten:

21.4.a      ondertekening;
21.4.b     de naam van het betrokken skûtsje en schipper;
21.4.c      een beschrijving van het voorval;
21.4.d     de wedstrijdbepaling die zou zijn overtreden;
21.4.e      een situatieschets, als die van belang is.

21.5      Geldigheid van het protest

Bij aanvang van het verhoor moet de Jury beslissen of aan alle vereisten voor een protest is voldaan zoals omschreven in artikel 21.4. Als aan alle vereisten is voldaan, is het protest geldig en moet het verhoor verder gaan.

21.6      Verhoor, rapport en advies

De jury zal de protesterende schipper en de wedstrijdcommissie horen. De jury stelt een rapport op van de gegevens van de protesterende schipper en de wedstrijdcommissie en haar eigen bevindingen. De jury doet geen uitspraak maar stuurt het rapport met eventueel advies aan het bestuur van de S.K.S.

21.7      Bindende beslissing

Het bestuur van de S.K.S. beslist binnen twee dagen op grond van het juryrapport en advies. Tegen die beslissing is geen Hoger Beroep mogelijk. Deze beslissing is bindend voor de puntentelling.

21.8      Voorrang artikel 20

De jury zal te allen tijde protesten volgens artikel 21 van het wedstrijdreglement met voorrang behandelen.

Artikel 22              Hoger Beroep

22.1      Voorwaarde en vereisten

Beroep tegen de beslissing van de jury is mogelijk uitsluitend voor een geschil over de uitleg van de voorschriften van het reglement.
De Zeilraad moet de door de jury vastgestelde feiten aanvaarden, maar wanneer hij die feiten onvoldoende acht, kan hij de jury hetzij mondeling, hetzij schriftelijk om nadere inlichtingen vragen. Het hoger beroep moet, met uitzondering van hoger beroep betrekking hebbend op de juryuitspraak van de voorlaatste wedstrijd, binnen 24 uur na kennisname van de uitspraak van de jury schriftelijk of mondeling bij de voorzitter van de Zeilraad kenbaar worden gemaakt en de redenen en argumenten waarom in beroep wordt gegaan dienen eveneens bij de voorzitter schriftelijk via brief, email of WhatsApp te worden ingediend.
Het beroep dient vergezeld te gaan van een waarborgsom van € 25,– welke verbeurd wordt verklaard ten bate van de S.K.S. ingeval van afwijzing van het beroep. Hoger beroep betrekking hebbend op de voorlaatste wedstrijd dient die wedstrijddag uiterlijk 22.00 uur schriftelijk, op de zo-even beschreven wijze, bij de Zeilraad te worden ingediend.
De schipper, die in beroep gaat, moet daarvan direct mededeling doen aan de jury waarna de jury de navolgende bescheiden aan de Zeilraad zendt:

22.1.a      het protestformulier of formulieren, waarop de vastgestelde feiten, de van toepassing zijnde artikelen en de uitspraak zijn vermeld.

22.1.b     een door de jury gemaakte of gewaarmerkte schets, aangevende de kracht en richting van de
wind, de koers naar het volgende merkteken of het merkteken zelf met de voorgeschreven zijde, de posities en vaarrichting van alle betrokken skûtsjes, met daaraan toegevoegd de opmerkingen, die de jury met betrekking tot het Hoger Beroep wenst te maken.

22.2      Behandeling

De Zeilraad komt in geval van hoger beroep in principe na afloop van de eerste wedstrijdweek bijeen en op de morgen van de laatste wedstrijddag ter behandeling van eventuele aanvragen hoger beroep. De Zeilraad kan de uitspraak van de jury bekrachtigen, wijzigen of vernietigen.
De beslissing op een hoger beroep wordt voor het begin van de laatste wedstrijd aan de betrokken schippers schriftelijk meegedeeld, met dien verstande dat de beslissing op een hoger beroep betrekking hebbend op de voorlaatste wedstrijd wordt gepubliceerd op het mededelingenbord van de K(oninklijke) W(atersportvereniging) S(neek) op het starteiland (starttoren).

22.3      Gecombineerde zitting

Protesten ingediend na afloop van de laatste wedstrijd worden in een gezamenlijke zitting van de jury en Zeilraad behandeld en beslist.

22.4      Bindende beslissing

De beslissingen van de zeilraad op een hoger beroep zijn bindend voor de puntentelling.